Het dispuut

SONY DSC
Huidige bewoonsters: Lisa, Eline, Eline, Karlijn, Michelle, Esther, Fleur, Puck, Mara, Faye en Joëlle.

Dispuutshuis
Wij hebben het grootste vrouwendispuutshuis in het centrum van Tilburg en daar zijn we trots op. Dit huis is ons tweede dispuutshuis. Vanaf 1985 woonden wij op de Ruiterstraat. Helaas moesten wij dit huis met z’n alle verlaten en zijn we iets nieuws gaan zoeken! En dit is ons gelukt! tegenwoordig wonen wij op de Langestraat 23. Ons huis ligt midden in het centrum van Tilburg. We wonen hier met 13 meiden, waardoor er altijd wel iemand is om mee te eten, te relaxen of te stappen! Ons huis heeft maar liefst 2 dakterrassen en een tuin, waar we in de zomer goed gebruik van maken: rosétjes drinken tot diep in de nacht, zonnen, ontbijten, lunchen en bbq-en. Ben jij eerstejaars student of ga je komend jaar studeren en ben jij op zoek naar een kamer in een gezellig meiden huis? Stuur ons een mailtje, dan kun je een keer een kijkje komen nemen.

Het dispuut
Alea Iacta komt voort uit het in 1984 overleden dispuut Psyche. Een aantal leden van Psyche: Karin Dingjan, Marie Claire van Gorp, Marie Louise Reijn, Marliz Schellekens en Marianne van der Vorst besloten hun eigen weg te gaan. Ze hebben het dispuut Alea Iacta op 6 maart 1980 opgericht. Een dispuut moet minimaal zes leden hebben om erkend te worden. Het zesde lid wat er bij kwam was Karin van Ravensberg maar zij was nog geen lid van Olof. Marion Doggen was al wel lid van Olof en dus was zij voor Olof het zesde lid en voor het dispuut het zevende. Samen hebben zij besloten het dispuut de kleuren bordeauxrood / goud te geven, omdat deze traditie en stijl uitstralen. De “kringel” betekent: Vivat, Crescat, Floreat. (het leeft, het groeit, het bloeit)

Alea Iacta heeft herendispuut Black and White gevraagd hun vaderdispuut te worden, vanwege hun tradities, waarden en normen en omdat ze erg goed bevriend waren. Grappig is hierbij te vermelden dat Black and White in hun naam dezelfde “kringel” heeft. Om erkend te worden als dispuut bij het T.S.C. Sint Olof, moet je o.a. een prestatie leveren. Alea Iacta heeft destijds een dia presentatie gehouden over het verhaal van Caesar die de Rubicon overstak. Alea Iacta is op 6 maart 1980 opgericht en na deze dia presentatie op 2 oktober 1980 erkend door de vereniging. Alea Iacta est!

Alea Iacta betekent: De Teerling is geworpen. De Teerling is een ander woord voor dobbelsteen, het symbool van het dispuut. Toen Julius Caesar met zijn legioenen de rivier de Rubicon overstak zei de grote veldheer: “Alea Iacta est, de teerling is geworpen”. Geen enkele Romeinse generaal had het recht de Rubicon over te steken. Als men dat wel deed, werd men tot opstandeling of zelfs tot vijand van het vaderland verklaard. Caesar stak toch met zijn leger de Rubicon over omdat de senaat hem onrecht had aangedaan en hij wilde ze een lesje leren…

Erelid
Prof. dr. P.A. Verheijen is erelid sinds 10 september 1988. “Zo gauw het dispuut iets vraagt, doe je het”

Eerst studeren en later werken op de KUB. Oud-lid van St. Olof en van dispuut Kongsi. Ere-lid van damesdispuut Alea Iacta. Professor Piet Verheijen: “Ik intervenieer niet bij Alea Iacta, maar als ze me iets vragen, dan doe ik het. Ik was echt, echt, écht gestreeld, nog, ik vind het leuk”. Piet Verheijen laat er geen twijfel over bestaan dat hij blij is om erelid van Alea Iacta te zijn. Zestien jaar geleden werd hij door de toenmalige leden van het dispuut gevraagd om erelid te worden. Oud-lid van Alea Iacta Genevieve Deckers zat in 1987 in de senaat van St. Olof. Omdat de senaat bezig was een nieuw sociëteitsgebouw aan te trekken hadden ze veel contact met de Katholieke Universiteit Brabant, met name met Verheijen die voorzitter was van de universiteit. De samenwerking verliep goed, sociëteit Asgard was een feit en door de leden van Alea Iacta werd Verheijen als erelid gevraagd. Op tien september 1988 werd hij daadwerkelijk erelid gemaakt.

“Als erelid sta ik open voor vragen, maar ik ga zelf niet interveniëren in het wel en wee van het dispuut, dat wil ik niet. Natuurlijk hoort een borrel drinken op het lustrum er wel bij. Dat doe ik dan ook met veel plezier. En aanwezig zijn bij het Tilburgs Studenten Cabaret. Graag zelfs.”

Allen tezamen bij Olof
Toen Verheijen in 1955 lid werd van Olof was het normaal dat iedereen die op de universiteit studeerde lid werd van Olof. “Wat je nu hebt op de universiteit, dat mensen omgaan met ‘het clubje dat je kent en waar je je happy bij voelt’, dat was toen niet zo. Iederéén was van Olof.”

De vereniging bestond uit zo’n vijfhonderd man. In de jaren dat Verheijen lid was (1955-1958), kwam net de overgang dat vrouwen voortaan op de sociëteit mochten komen. Tussen de vijfhonderd mannen bevonden zich toen zo’n tien vrouwen, verenigd in ATOOM (Allen Tezamen Onder Olof’s Mantel). Dispuutshuizen kende men nog niet. Dus zag iedereen elkaar ’s avonds bij Olof. “Ik woonde bij een hospita in huis. ’s Avonds ging je dan naar de sociëteit of naar het ontmoetingscafé in de stad. Ieder dispuut had in plaats van dispuutshuizen een ‘eigen’ café in de stad. Daar zag je elkaar.”

Oog voor de toekomst
De teerling is geworpen. Oftewel: Gedane zaken nemen geen keer. “En de boer hij ploegde voort”, aldus Verheijen. “Als je teveel achterom kijkt, let je niet genoeg op de toekomst. Achterom kijken hoeft niet, je hebt je best gedaan, die dingen zijn goed. Ja, wat dat betreft ben ik een optimist.”

Niet alleen in het dagelijkse leven geldt het gezegde ‘gedane zaken nemen geen keer’. Volgens Verheijen kan het ook zeker op het dispuutsleven worden toegepast. “Ik vind dat het dispuut ervoor moet oppassen om in het verleden te leven. Oudleden moeten het huidige dispuut de vrijheid geven om de jaren in te vullen zoals zij dat willen. Het welbevinden van de huidige generatie staat voorop. De tegenwoordige tijd moet geen herhaling zijn van het verleden. Want dat het anders loopt dan vorige jaren is niet erg. Anders hoeft niet slechter te zijn.”